| Groene Leguanen |
| Index | Contact | Beschrijving | In de natuur | Huisvesting | Verzorging | Voeding | Kweek | Links | Mijn Leguanen |
In de natuur
Groene leguanen komen voor van Mexico tot in bijna heel Zuid-Amerika en ook op verschillende Caribische eilanden. Dat is natuurlijk een heel erg groot verspreidingsgebied. De Gewone Groene Leguaan (Iguana iguana) heeft zich dan ook moeten en kunnen aanpassen aan verschillende biotopen. De klimaatomstandigheden in het tropisch regenwoud en op de Caribische eilanden kunnen sterk verschillen. De Groene Leguaan is echter uitsluitend een dier van de tropen en hij heeft een voorkeur voor vochtige gebieden. Je vindt hem dan ook in kustgebieden, langs de oevers van beken en rivieren in het tropisch regenwoud, maar ook in het regenwoud zelf. Soms leven leguanen in groepen en soms als eenling. Groene leguanen zijn echte zonaanbidders en zitten vaak hoog in de bomen of ze liggen meestal op takken of uitstekende rotspunten boven het water. Bij gevaar duiken ze in het water. Ze kunnen dan wel een uur onder water blijven, ook zijn het hele goede zwemmers. Een leguaan gooit zijn staart snel van links naar rechts en beweegt zich zo door het water net als een krokodil. Ze leven hoofdzakelijk in bomen. De bladeren, bloemen en knoppen van deze bomen dienen vaak tegelijkertijd als voedselbron. Ook over de grond kunnen leguanen zich snel en over grote afstanden verplaatsen. Overdag als het wat koeler is zijn zijn ze liever op de grond. Ze slapen of schuilen soms in holen of onder stronken en omgevallen bomen. Zodra de zon echter weer schijnt klimmen ze weer in de bomen. Uit waarnemingen in de natuur blijkt dat oudere dieren vaak hoger in de bomen leven dan jonge dieren. De groei van jonge leguanen is in de natuur aan een strakke jaarcyclus gebonden waarbij de regentijd de groei bevordert en de droge tijd daarentegen de groei vertraagt. Vaak zitten jonge dieren vlak bij elkaar in de bomen. Net als bij zeeschildpadjes die uit het ei komen en allemaal tegelijkertijd naar zee lopen, hebben ze zo een grotere overlevingskans.
Natuurlijke vijanden heeft de leguaan voornamelijk in zijn jeugdstadium. In de eerste drie maanden is vooral de helmbasilisk (Basiliscus basiliscus) de belangrijkste vijand van de groene leguaan. De helmbasilisken eten de door de Groene Leguaan gelegde eieren. Ook de spitskoppython (Loxocemus bicolor) is zeer bedreven in het opsporen van leguaneneieren. Verder zijn er verschillende hagedissen etende slangen, roofvogels, roofzoogdieren en andere grote hagedissen zoals de Zwarte Leguaan (Ctenosaura). Een volwassen leguaan echter, is een weerbare hagedis die zich niet makkelijk meer laat grijpen. Een volgroeide leguaan heeft daarom weinig natuurlijke vijanden. In aanmerking komen eigenlijk alleen krokodillen, grote slangen zoals de Boa constrictor en de grote anaconda (Eunectus murinus), en grote roofvogels. Maar vooral de mens heeft grote schade aangericht onder leguanen populaties in veel Midden en Zuid-Amerikaanse landen. In veel van deze landen wordt er op Groene en ook Zwarte Leguanen gejaagd voor de eieren en voor het vlees. Vroeger werden er ook wildvang leguanen vanuit deze landen geëxporteerd naar Europa maar dat mag nu gelukkig niet meer. Leguanen worden nu beschermd door de Cites wetgeving, appendix ll.

Amerikaanse krokodil (Crocodylus acutus) Helmbasilisk (Basiliscus basiliscus)

Groene of gewone anaconda (Eunectus murinus) Boa constrictor
| Zie ook: Costa Rica |